Conservatisme kan geen oplossing zijn voor maatschappelijke problemen, omdat de geschiedenis zich per definitie naar voren beweegt en niet naar achteren. Nostalgie, het verleden romantiseren, de standaarden voor een goed leven afleiden uit vervlogen tijden zijn wijdverspreide menselijke tendenties. In het algemeen correleert de conservatieve attitude met tevredenheid over het eigen leven. Dit is niet verwonderlijk. Iemand die het allemaal prima voor elkaar heeft is meer geneigd om alles te houden zoals het is, dan zich in de woeste wateren van de verandering te storten. Je weet immers wat je hebt en of een verandering ook een verbetering is, moet nog maar worden afgewacht.
Een conservatieve instelling treffen we relatief meer aan onder mensen met een hoge maatschappelijke status, mensen in bonis, ouderen en machtigen. Een positie in de bovenste regionen van wat dan ook is niet bevorderlijk voor het revolutionair elan. Het eigenaardige van de nieuwste lichting conservatieven is dat ze wel zeker maatschappelijke veranderingen voorstaan (ze vinden dat er van alles mis is met de status quo), maar dat hiervoor moet worden teruggegrepen naar een vroegere moraal, die voor hen zelf niet meer geldt, maar voor anderen kennelijk nog wel van pas kan komen.
De analyse van Livestro komt erop neer dat veel van de huidige maatschappelijke problemen (criminaliteit, misbruik van uitkeringen, hoge echtscheidingscijfers) een gevolg zijn van een tekortschietende moraal. Als mensen de waarden en normen kregen ingeprent, zoals die in de jaren vijftig gangbaar waren, dan zaten we nu niet met zinloos geweld, met een miljoen Wao-ers en met het leed dat echtscheiding heet.
Hoewel ik mezelf verwant voel met de conservatieve attitude, een conservatisme dat overigens vooral voortkomt uit scepsis tegenover het idee ‘vooruitgang’, vind ik deze analyse wel heel erg simplistisch. Containerbegrippen als moraal, waarden en normen zijn niet specifiek genoeg om als verklaring van een verschijnsel te kunnen dienen. Ze zijn zo breed dat elke uitspraak tautologisch wordt. Iemand die niet steelt heeft een goede moraal/de juiste waarden en normen. Een dief heeft een slechte moraal/de verkeerde waarden en normen. Hoe heeft dit kunnen gebeuren, die incidenten van zinloos geweld, al die honderdduizenden die thuis zitten met een uitkering, die familieverscheurende echtscheidingen? Tja, die mensen weten gewoon niet hoe het hoort. Ze zijn verkeerd opgevoed, hebben geen karaktervorming gekregen, zijn uitsluitend georiënteerd op hun particuliere gewin.
Dit kan eenvoudig niet kloppen. De verschuiving van een standenmaatschappij naar een individualistische maatschappij is zo ingrijpend geweest met zoveel veranderingen op alle niveaus en op alle manieren waarop mensen met elkaar omgaan, dat je er niet één dingetje uit kunt halen (de moraal) en zeggen: als we dit nu terugdraaien naar hoe het was in de jaren vijftig, dan lossen we de problemen op.
Livestro wijst bescherming en versterking van kerninstituties aan als middel om de afgezakte moraal weer op een gewenst niveau te krijgen. Bij kerninstituties moeten we denken aan het huwelijk, de kerk, de vereniging, de school en de universiteit. Alleen op die laatste twee kan de overheid echt invloed uitoefenen. Dat is de afgelopen dertig jaar dan ook met niet-aflatende kracht gebeurd. De ene na de andere hervormingsgolf sloeg over het onderwijs. Bezuinigingsoperaties werden gemaskeerd als onderwijsvernieuwing, waarbij steeds uitzinniger leerdoelen en stringentere methodes werden opgelegd. Terwijl de overheid de rendementseisen opschroefde, werden universiteiten genoodzaakt steeds grotere delen van hun onderzoeksbudget door externe financiers te laten bekostigen, met alle afhankelijkheid en plicht tot instant relevantie vandien. Ook het basis- en middelbaar onderwijs is volop actief op de sponsormarkt om de gaten in de begroting te dichten. De overheid zou zich juist moeten beperken tot zorg dragen voor een redelijke financiering en het vaststellen van eenduidige eindtermen vaststellen. Binnen deze randvoorwaarden is elke school uitstekend in staat zijn eigen beleid en onderwijsmethodiek vast te stellen. Er is in de maatschappij vraag naar traditioneel onderwijs met nadruk op de basics en er is vraag naar modern onderwijs met de nadruk op leren-leren-vaardigheden, dan wel creativiteit. Als scholen in staat gesteld worden hun eigen positie op dit continuüm in te nemen, splitst het publiek zich vanzelf op. De overheid hoeft hierin geen voortrekkersrol te spelen.
Wat de versterking, dan wel de bescherming van het huwelijk, de verenigingen en de kerken betreft, hoeft niemand zich illusies te maken. Deze drie instituten zijn gedevalueerd tot expressie-factor. Ze maken onderdeel uit van de life-style, die mensen als een jas kunnen aan- en uittrekken. Mensen die uit een huwelijk willen, houd je met geen tien paarden tegen. Er staan geen maatschappelijke sancties meer op gescheiden personen of op ongehuwde moeders. Ongehuwd samenwonenden (homo of hetero) hebben de facto dezelfde rechten en plichten als gehuwden (homo of hetero). Er is geen hond die het iets kan schelen of een ander wel of niet getrouwd is. Om in deze sfeer van individualisme de rigide moraal van de jaren vijftig opnieuw ingevoerd te krijgen lijkt me een zwaardere operatie dan een excursie naar de maan organiseren voor heel Nederland.
De kerken zijn ongetwijfeld altijd belangrijke moraalbewakers geweest. Maar hun rol als politieagent is uitgespeeld. Voor zover de mensen nog in de kerk zitten, zitten ze er voor de esthetiek of om vagelijk ethisch gesticht te worden of om geestelijke hulp te krijgen, maar niet om voorschriften te volgen hoe ze moeten leven, zeker niet als het over seks gaat. Ik zie ook niet de minste voorbode dat er verandering zou kunnen komen in deze situatie. De veelbesproken bekering van het echtpaar Willem-Jan Otten en Vonne van der Meer tot de katholieke kerk was een individueel-theologische actie, die uit een innerlijke behoefte voortkwam, en niets te maken heeft met de manier waarop miljoenen mensen honderden jaren in de kerk zaten en zich min of meer gedachteloos hielden aan de voorschriften die van de kansel neerdaalden op de kudde. Eerder dansen de kalveren op het ijs dan dat deze tijd zal terugkomen.
Dankzij de rijkdom is onze tijd doortrokken van vrijblijvendheid. Dit heeft zoveel voordelen dat niemand, die er even over nadenkt, echt terug wil naar de moraal van vroeger. Bovendien wil iedereen in landen waar het er minder vrijblijvend aan toe gaat, maar al te graag zich hier vestigen. Een vrijblijvende cultuur brengt z’n eigen problemen met zich mee. Maar met een pragmatische instelling kan best het een en ander worden verbeterd. Daar is net zo min het perspectief van een progressief paradijs voor nodig als een conservatieve gouden moraal
Beatrijs Ritsema
0 reacties
Blijf op de hoogte, abonneer je op de RSS feed voor reacties op dit artikel.