Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die persoonlijk gebukt ging onder een teveel aan informatie. Als mensen klagen over de informatie-overlast die zo tekenend heet te zijn voor deze tijd, dan bedoelen ze anderen en niet zichzelf.
De standaard-klacht gaat ongeveer zo: Kijk toch eens naar al die boeken, kranten en tijdschriften die er dagelijks verschijnen, al die televisiekanalen waar je uit kunt kiezen, al die wetenschappelijke vakbladen en niet te vergeten het internet, waarop je allerlei nuttige files kunt laden. Niemand kan al die informatie tot zich nemen. Het ideaal van de homo universalis is voorgoed ten onder gegaan. De tendens is om steeds meer van steeds minder te weten. Zelfs specialisten kunnen hun eigen vakgebied niet meer overzien.
Ik zal niet ontkennen dat de hoeveelheid beschikbare informatie flink is toegenomen sinds, laten we zeggen, het begin van de eeuw, ik denk alleen niet dat iemand last heeft van die overvloed. Net zo min als het iemand echt hindert dat in de supermarkt honderden artikelen verkrijgbaar zijn die hij of zij zelf nooit van z'n leven zal aanschaffen.
Ontwikkelde mensen worden geacht geïnformeerd te zijn. De actualiteit staat nooit stil, wat niet betekent dat alles dwangmatig gevolgd moet worden. Niemand die bij zinnen is leest de krant vanaf de eerste pagina linksboven tot en met de laatste pagina rechtsonder. Iedereen selecteert wat hem interessant lijkt.
De kriteria waarop je selecteert kunnen nogal uiteenlopen. Zo herinner ik me dat ik de eerste maanden van de onlusten in Joegoslavië er nooit een stuk over las. Ik vond het te ingewikkeld om de strijdende partijen van elkaar te onderscheiden en hoopte dat het conflict snel voorbij zou zijn, zodat ik me er niet in hoefde te verdiepen. Deze hoop bleek ijdel, dus op een gegeven moment kwam ik er niet langer onderuit, maar nog steeds hoort Bosnië (of andere brandhaarden in de wereld) niet bij de onderwerpen waar ik alles over weten wil. Voor de grote lijn heb ik aan de koppen boven de artikelen wel voldoende.
Of mensen die in een bepaald vakgebied zitten zichzelf overstroomd voelen door informatie, betwijfel ik ten sterkste. Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die zei dat hij zijn eigen vakgebied niet meer kon bijhouden. Dat is alleen een stereotiep beeld dat buitenstaanders erop nahouden. Ontegenzeggelijk kunnen kanker-specialisten of sociolinguïsten niet alle publikaties op hun respectieve terreinen bijhouden. Maar dat hoeft ook niet, want niet alle publikaties zijn voor iedereen even relevant. Een wetenschappelijk vakgebied is niet anders dan willekeurig welke subcultuur. Alle subculturen zijn hiërarchisch gestructureerd en een belangrijk kenmerk is dat de leden elkaar kennen, zo al niet in persoon dan toch van naam. Zo gaat het in de Nederlandse toneelwereld, maar ook in Hollywood, de internationale opera of in de Tour de France.
In elke subcultuur staat een handjevol namen aan de top (het meest invloedrijk, beste prestaties enz.). Hoe meer een jonge wetenschapper ingewijd raakt in zijn subcultuur en zelf ook actieve bijdragen levert in de vorm van publikaties, hoe meer namen hij kent en hoe beter hij iedereen kan plaatsen (wie er met
wat bezig is en tot wat voor resultaten dat heeft geleid). Als je je vak serieus beoefent, gaat dat vanzelf. Daar hoef je geen extra inspanningen voor te verrichten, dat hoort bij het vak van de wetenschap.
Informatie-overlast? Iemand die zo'n vijfentwintig jaar in het vak heeft gezeten, diverse publikaties op zijn naam heeft, een wetenschappelijke tijdschrift heeft geredigeerd, zo iemand weet na drie regels lezen in de summary van een artikel in een vakblad dat hij in een verloren ogenblik doorbladert, precies waar hij aan toe is. Zoals een uitgever ook binnen een minuut kan bepalen of een ongevraagd toegestuurd manuscript wel of niet iets voorstelt. En als de wetenschapper toevallig iets van belang heeft gemist, is er altijd nog de wetenschappelijke grape-vine die dit gemis snel corrigeert.
De Renaissancistische homo universalis is intussen wel ter ziele gegaan. In de wetenschap lopen dit soort types niet meer rond. En als iemand zich wel als zodanig presenteert, is dat vooral een reden tot wantrouwen. De enige beroepsgroep die dit ideaal nog een beetje benadert is de journalist, die van vele markten thuis moet zijn en bereid om zich in voortdurend andere subculturen te storten. Hoe dun het ijs is waar de journalist op loopt blijkt uit de verbaasde gewondheid van menig ingezonden-brievenschrijver: 'Mijn lijfblad … (vul in: welke kwaliteitskrant dan ook waar ook ter wereld) geeft doorgaans heel goede en terzake kundige informatie. Maar zodra mijn eigen vakgebied aan bod komt, barst het van de missers. Ik zou u willen adviseren zich in dit opzicht toch beter te informeren.'
Het publiek denkt dat de wetenschapper alleen nog maar details kent en de grote lijn kwijt is. De wetenschapper denkt dat de journalist een oppervlakkig stukje schrijft. Maar volgens henzelf is iedereen adequaat geïnformeerd en ik denk dat ze gelijk hebben.
Beatrijs Ritsema
0 reacties
Blijf op de hoogte, abonneer je op de RSS feed voor reacties op dit artikel.