Beatrijs Ritsema
HP/De Tijd had een omslagverhaal over de verloedering van de openbare zeden en daar was ik wel nieuwsgierig naar, maar eigenlijk bleef ik al steken bij de onderkop: 'Hoe het proletariaat alsnog aan de macht kwam'. Zo'n zinnetje blijft zeuren in mijn achterhoofd. Het zal wel als grap bedoeld zijn, toch stoort me zo'n makkelijke verwijzing naar iets als de oprukkende horden van de onderklasse.
Op die manier kan de middenklasse zichzelf vrijpleiten van verantwoordelijkheid en de comfortabele jas van de heilige onschuld aantrekken. Het is toch duidelijk dat het de lagere klassen zijn die niet weten hoe het hoort en er een laag normbesef op nahouden? Een paar dagen later las ik een interview in de Vara-gids met Henk Westbroek, die mijn bedenkingen illustreerde. De geïnterviewde was afkomstig uit een arbeidersmilieu en sprak als kind met een zwaar Utrechts accent. Gedurende zijn hele middelbare-schooltijd werd er altijd een punt afgetrokken van zijn cijfer voor spreekbeurten, omdat hij zo plat praatte. Het is een aardig voorbeeld van het verwarren van vorm en inhoud, als het gaat om het beoordelen van de verrichtingen van iemand met een verkeerde komaf.
Spreken met een accent is een vormkwestie. Sommige mensen nemen accenten over alsof ze een hoed opzetten, anderen blijven altijd met dezelfde tongval zitten, maar het zegt in ieder geval niets over de waarde van iemands denkbeelden. Dit lijkt een open deur, maar de Limburgers zullen het bevestigen: als zij zich ergens moeten presenteren, bijvoorbeeld bij een sollicitatiegesprek, moeten ze over een onzichtbare slagboom heen springen en demonstreren dat ze niet speciaal gemoedelijk of laat-maar-waaien zijn en dom al helemaal niet.
Normbesef is iets zuiver inhoudelijks en alleen al daarom onttrekt het zich aan een nette indeling langs de stippellijnen van de sociale klassen, iets wat met vormzaken als tafelmanieren of kleding wel heel goed kan. Het heeft ook niets te maken met intelligentie (een andere kwaliteit die niet gelijkelijk over hoge en lage milieus verdeeld is), want voor normbesef hoef je niet slim te zijn. Zelfs de meest simpele van geest kan bevatten dat je niet andermans spullen moet afpakken of vernielen en dat je niemand moet koeieneren, bedreigen of in elkaar slaan. De bodemloze domheid van Ajax-supporters in de tram, zoals Montag die laatst ijzingwekkend beschreef, lijkt dit te logenstraffen, maar onder de arrestanten bij de voetbalvernielingen in Amsterdam een paar maanden geleden bevonden zich allerlei zonen van rechters en politiecommissarissen, dus er is meer in het geding dan zuiver domheid.
Maatschappelijke verschuivingen zijn nooit uit de onderklasse voortgekomen (die hebben het ofwel te druk met overleven of geen zin in de benodigde abstracties), maar uit bourgeoiskringen. Als er sprake is van toenemende verloedering en vergroving in het openbare leven, kan het denkende deel van de natie daar over klagen, maar het is meer hun eigen schuld dan die van hunnie.
Een sprekend voorbeeld daarvan kwam ik tegen bij het doorbladeren van het pasverschenen boek [c]Seks voor beginners [l]. Dit is geschreven door Inez van Eyk (een expert op etiquettegebied) die het onbekommerd het hele boek door over 'neuken' heeft. Men moet immers de dingen bij hun naam noemen, zeker voorlichtingsgewijs tegenover kinderen. Dit taalgebruik bevalt me niet. Hoeveel moeite er ook gedaan is aan progressieve zijde om het betreffende woord geaccepteerd te krijgen als even doodgewoon als pakweg 'neus', het blijft, zoals alle schuttingwoorden, een woord waar een alarmbelletje bij afgaat en dat een beperkte gebruikswaarde heeft (wel in het leger, niet tijdens een diner, wel in het café, niet op bezoek bij oma, enzovoort). Dit is geen vormkwestie, want het woord n….n betekent ook iets anders dan 'met iemand naar bed gaan'. Om te beginnen kun je het overgankelijk gebruiken, wat al dubieuze associaties wekt, en verder lopen de verschillen parallel aan die tussen 'fucking' en 'making love'. De betekenis is niet hetzelfde. Struweel is iets anders dan struikgewas. Er bestaan geen synoniemen.
Wie als voorlichter of andersoortige leidinggever principieel de grove variant kiest, althans wat praktisch iedereen nog steeds als grof ervaart, moet niet vreemd opkijken als de kudde zich dienovereenkomstig gaat gedragen.
0 reacties
Blijf op de hoogte, abonneer je op de RSS feed voor reacties op dit artikel.