Spring naar inhoud


Thank You For Smoking

Thank You For Smoking

door Christopher Buckley

Uitgever Random House, 272 p., $ 22

In Amerika wordt er serieus oorlog gevoerd tegen het roken. In twintig jaar tijd is het aanzien van sigaretten gedevalueerd van iets wat zo gewoon was als appeltaart tot walgelijk-gore zondigheid. Roken is verboden in bijna alle openbare gelegenheden en werkplekken. Sommige restaurants hebben rokers-hoekjes, maar verder wordt iedereen resoluut naar buiten verwezen, als hij er eentje op wil steken. Tijdens lunch- of koffiepauzes kunnen er weer of geen weer bij de ingang van kantoren kleine groepjes werknemers aangetroffen worden die schichtig hun verslaving uitleven, terwijl ze de afkeurende blikken van voorbijgangers proberen te negeren. Ook op particuliere feestjes en etentjes wordt niet gerookt. Vragen om een asbak is vergelijkbaar met de gastvrouw verzoeken om een schone injectiespuit voor een shotje heroïne.

Zo is het tenminste in Washington in de middenklasse. En in de andere grote steden aan de oostkust en in Californië. Op het platteland en in arm Amerika rookt men er nog lustig op los. Nog steeds rookt ruim 25 % van de Amerikanen, een niet onaanzienlijke minderheid. Het feit dat roken zo onomstotelijk slecht voor de gezondheid is maakt het tot een niet onmiddellijk voor de hand liggend onderwerp voor satire. De marges lijken daarvoor te klein, zoals de eerste satirische roman over aids of incest ook nog geschreven moet worden. Toch is Christopher Buckley in zijn opzet geslaagd. Thank You For Smoking is even scherp in het ontmaskeren van de hypocrisie waarmee de neo-puriteinen zich op andermans gezondheid werpen als grappig in de beschrijving van het gelobby en de gevechten in de media.

Hoofdpersoon is Nick Naylor, woordvoerder van de Academy of Tobacco Studies, het onderzoekscentrum van de tabaksindustrie. Aan de muur van zijn kamer hangt een bordje met als opschrift 'Smoking is the nation's leading cause of statistics'. In dit motto wordt de inhoud van zijn werk kernachtig samengevat. Nick moet journalisten te woord staan die hem commentaar vragen op akelige onderzoeken waaruit bijvoorbeeld blijkt dat roken leidt tot afsterving (en dus amputatie) van de extremiteiten of dat roken afwijkingen veroorzaakt bij ongeboren kinderen. Dit is geen gemakkelijke taak, maar Nick kan zich er meestal wel uit redden door zijn welbespraaktheid en omdat hij aanval als de beste verdediging ziet: 'Waarom zouden wij niet de schuld krijgen van Buerger's ziekte? We krijgen tegenwoordig voor alles onze trekken thuis. Een week geleden las ik ergens dat sigaretten het gat in de ozonlaag vergroten, dus waarom niet Buerger's? Wat zal er daarna komen? Dolfijnen? Zoals het nu gaat, zullen we volgende week lezen dat dolfijnen, zonder meer de meest majesteitelijke soort onder de kleinere zeezoogdieren, stikken in de filters die mensen op cruise-schepen overboord gooien.'

Als dat niet lukt, kan hij altijd terugvallen op wetenschapskritiek: 'Laat me de data zien', 'Was het een double blind onderzoek?', 'Was er een controlegroep?' Journalisten en anti-rook-activisten horen tot de dagelijkse routine. Soms vraagt er iemand bezorgd of hij zelf wel gelooft wat hij allemaal zegt. Hier heeft Naylor zijn standaard antwoord ook op klaar, al smaakt dat, zoals hij zelf onderkent een beetje naar de Neurenberg-verdediging: 'Ik moet mijn hypotheek betalen' (plus alimentatie en de particuliere school van zijn zoon). Hij moet bij Oprah Winfrey verschijnen als gedoodverfd kop-van-jut voor een discussie over de gevaren van het roken. Diverse anti-rook-actievoerders zijn aanwezig, maar ook, zonder dat Nick dat van tevoren wist, een kale tiener die aan kanker lijdt. De jongen wordt door Oprah geïntroduceerd als iemand die was gaan roken, omdat hij zo cool wilde zijn als Old Joe, de kameel van Camel. Intussen is hij ermee opgehouden (applaus van het publiek). Nick vraagt het woord: 'Is er bezwaar tegen als ik rook?' De adem stokt het publiek in de keel. Zelfs Oprah is uit het veld geslagen. 'Wilt u roken?' 'Nou, het is een traditie bij vuurpelotons om de veroordeelde een laatste sigaret aan te bieden.' Stilte, aarzelend gelach, luid gelach. En: 'Cancer Kid was laughing. God bless him, he was laughing! Nick was seized with love.' Vervolgens maakt hij de oppositie met de grond gelijk.

Moeilijker dan met de contacten in het veld heeft Nick het op de zaak zelf met zijn baas Budd Rohrabacher, bijgenaamd BR, die hij ervan verdenkt zijn overhemden een maat te krap te dragen om een indruk van gespierdheid te wekken. BR zoekt naar een manier om Nick te ontslaan, vooral omdat Nick na zijn succesvolle optreden bij Oprah hem in populariteit voorbijstreeft bij de Captain, de 80-jarige tabaksmagnaat uit South-Carolina, die zijn imperium langzaam door de tijdgeest te gronde ziet gaan (maar de weidse markten van het Aziatische continent lonken).

Er komt een kidnapping aan te pas door de anti-rookbrigade, een moordaanslag met nicotine-pleisters en alle publicitaire uitbuiting vandien. De absurde verwikkelingen worden in een hoog tempo uitgevoerd – je ziet de film als screwball comedy al bijna voor je. Een hoogtepunt vormt Nicks ontmoeting met de Tumbleweed Man (= de Marlborough Man, het cowboy-gezicht achter de reclame). Tegen zijn zin is Nick door BR naar de aan longkanker lijdende Tumbleweed Man toegestuurd met een koffer geld om diens anti-rookcampagnes af te stoppen.

Het is dat Nick zijn eigen hypocrisie, zwakheden en macchiavellisme zo goed in de gaten heeft, anders was hij een onuitstaanbaar persoon. Maar vooral de scènes met zijn twee cynische kameraden in het verdomhoekje leggen de sympathie van de lezer onvoorwaardelijk aan de kant van de zonde. Wekelijks luncht Nick met Bobby Jay, een born-again christian tevens woordvoerder van SAFETY, the Society for the Advancement of Firearms and Effective Training of Youth (voorheen de NRBAC, the National Right to Bear Arms Committee), en met Polly, woordvoerster van the Moderation Council (voorheen the National Association for Alcoholic Beverages). Het drietal noemt zichzelf the MOD squad (Merchants of Death). Ze geven elkaar tips over strategieën, klagen over de ellende met hun achterban of proberen elkaar op perverse wijze te overtroeven ('Aan geweren sterven er per dag 80, aan roken 1200. Dat is twee jumbojets vol'). Het is de enige plek waar er niemand aan hun kop zeurt: 'Je kon er gedestilleerd drinken midden op de schooldag zonder dat mensen aannamen dat je een alcoholische onderpresteerder was.' Een zeer geestig boek.

Christopher Buckley is overigens ex-roker.

Artikelen in NRC-boekrecensies.


0 reacties

Blijf op de hoogte, abonneer je op de RSS feed voor reacties op dit artikel.



Sommige HTML is toegestaan