Beatrijs Ritsema
Steeds vaker duikt hij op en steeds luider verheft hij z'n stem: de [c] nimby [l] (het akroniem staat voor Not In My Back Yard). Onder dit kernachtige motto lijkt zich een wel heel verachtelijk slag van mensen te verschuilen. Van die mensen die er tolerante en vrijblijvend progressieve ideeën op nahouden, zolang ze in hun eigen achtertuintje maar nergens last van hebben.
Natuurlijk is het racistisch om tegen groeiende immigratie te zijn, maar ze willen geen vijftien buitenlanders op een kluitje in het huis naast zich. Natuurlijk vinden ze halfweghuizen voor herstellende psychiatrische patiënten een goed idee, net als blijf-van-m'n-lijf-huizen, begeleid-wonen-projecten voor zwakzinnigen, gaarkeukens voor daklozen en methadonbussen, maar niet in hun wijkje. Prostitutie is een noodzakelijk kwaad, dat een moderne maatschappij moet aanvaarden zonder gemoraliseer, maar o wee als er buiten de historische gedoogbuurten een seksclub wordt geopend. Buurtbewoners in Amerika aarzelen dan niet om bij wijze van represaille de nummerborden van de clièntele te noteren, hun adressen na te trekken en boze klikbrieven te schrijven, gericht aan de vrouw des huizes of de werkgever.
De politie van de gemeente Washington voert al een paar weken een loopgravenoorlog tegen de bewoners van een bepaalde straat, die in een nieuw circulatieplan de status van doorgangsroute heeft gekregen. In de praktijk betekent dat dat de bewoners hun auto niet meer voor de deur mogen parkeren (maar dat die in de garage achter het huis moet) en dat er een continue stroom verkeer langskomt, waaronder stadsbussen. Zo razend zijn de bewoners hierover dat al tot drie keer toe de vers aangebrachte dubbele gele streep die het midden van de weg markeert (en waar een auto niet overheen mag) 's nachts met zwarte verf is weggewerkt, en alle verboden-te-parkeren-borden zijn neergehaald.
In ieder mens huist vanaf de geboorte een nimby, het duurt alleen een jaar of dertig voor hij in full swing tevoorschijn komt – vooral bij huiseigenaren en mensen met kinderen. Het begint ermee dat je een hekel aan lawaai krijgt. Als student was ik tegen alle herrie bestand. Nachtelijk dronkemansgebral op trappen en gangen, muziek van drie kanten tegelijk, het gedreun van feestjes in de verte, het maakte me niets uit. Als de buren ruzie hadden, ergerde ik me niet, maar luisterde mee met een glas tegen de muur. Zelf hield ik trouwens ook bij alles wat ik deed een constante auditieve achtergrond van radiogeluid of lp-muziek in stand.
De ommekeer kwam toen ik op zekere avond een discotheek bezocht (ik was 31) en na een tijdje dacht: 'De muziek staat te hard, wat doe ik hier eigenlijk?' Het was meteen de laatste keer dat ik bij een disco binnen ben geweest, terwijl ik daar in mijn twintiger jaren toch tal van avonden met plezier vergooid heb. Daarna ging het snel bergafwaarts: ik meed cafés met teveel getetter, ontpopte me als iemand die in restaurants zeurt of de muziek niet zachter of, liever nog, uit kan, draaide geen plaatjes meer als ik thuis aan het werk was en ook niet als er iemand langs kwam. Ik kreeg tot mijn eigen verbazing aardigheid in stilte. De nimby in mij was ontwaakt.
Het gezinsleven versterkt dit alleen maar. Kleine kinderen produceren van zichzelf al zoveel lawaai dat de tolerantie voor lawaai van buiten tot nul gereduceerd wordt. Bovendien slaat de cynische onverschilligheid die je aan de dag kunt leggen voor gebruikte spuiten op straat, hondepoep of seksetalages om in verontwaardiging als je kinderen in het geding zijn. Het gezinsleven vormt tolerante, relaxte moet-kunnen-burgers om tot korzelige stemmingsbedervers die aan hun lijf geen polonaise meer willen.
In de meeste nimby-kwesties kan ik me goed verplaatsen. Het is vreselijk als je rustige straatje tot verkeersader wordt gepromoveerd of als er een aanvliegroute over je dak wordt gepland. Lawaai, waaronder burengerucht, schijnt trouwens tot de top-drie van levensvreugdevergallers te horen. Ik stel me het voor: miljoenen Nederlanders zuchten onder het lawaai en andere overlast van de buren. En zelden valt er iets aan te doen. Het nimbyschap is niet iets om trots op te zijn, maar gefnuikte nimby's gaan kapot.
0 reacties
Blijf op de hoogte, abonneer je op de RSS feed voor reacties op dit artikel.